Pal aan de rand van het dorp Schimmert ligt een bijzondere plek. Wie langs de kleine kapel rijdt en vlak daarvoor linksaf slaat, komt terecht in een miniwijk met elf beeldschone Tiny Houses en een gemeenschappelijk ‘Bijgebouw’. Dit is Op de Bees: een duurzame tiny woongemeenschap met een sterk sociaal en ecologisch karakter. Sommige woningen zijn nog in aanbouw, andere al volledig bewoond. Wat begon als een initiatief van de gemeente Beekdaelen, groeide uit tot een inspirerend voorbeeld van kleinschalig wonen in Limburg.
Van gemeentelijk initiatief naar bewonersgedragen project
Op de Bees is ontstaan vanuit een oproep van de gemeente Beekdaelen. Via lokale media werden geïnteresseerden uitgenodigd om mee te doen aan een project rond kleinschalig wonen. Door de coronaperiode vonden de eerste bijeenkomsten digitaal plaats, met zo’n 150 aanmeldingen en 50 à 60 actieve deelnemers.
Al vroeg in het proces kregen toekomstige bewoners belangrijke keuzes voorgelegd: wordt het project ontwikkeld door een partij of door de groep zelf? En komt er een loting, of mag de groep zich organisch vormen? Er werd gekozen voor zelfontwikkeling en een natuurlijk selectieproces. Een project als dit kost tijd — de gemeente gaf vooraf al aan rekening te houden met een doorlooptijd van drie tot vijf jaar.
In de praktijk haakte een deel van de geïnteresseerden onderweg af. Onduidelijkheid over bijvoorbeeld aansluitingen speelde daarin een rol: aanvankelijk leek het project off-grid te worden, later bleek dat aansluitingen mogelijk en uiteindelijk zelfs verplicht waren. Aan het einde van de rit bleef een betrokken en diverse groep over, die samen het project heeft gerealiseerd. De huidige bewoners variëren in leeftijd van een baby van negen maanden tot 65 jaar.
Een plek aan de rand van het dorp
De locatie van Op de Bees is niet de eerste plek die in beeld was. In eerste instantie werd gekeken naar een locatie dichter bij het dorp, maar de groep gaf de voorkeur aan de huidige plek aan de rand van Schimmert. De gemeente was bereid deze grond aan te kopen, wat de realisatie mogelijk maakte.
Die keuze is goud waard gebleken. Het terrein grenst aan open landerijen en is rijk aan natuur. Bewoners spotten er regelmatig hazen, fazanten, eekhoorns, roofvogels en tal van andere vogelsoorten. Die directe verbinding met het landschap vormt een belangrijk onderdeel van de woonbeleving.
Wonen met aandacht voor natuur en water
Naast het woongedeelte wordt gewerkt aan de aanleg van een voedselbos. Hier is ook ruimte voor educatie: samen met IVN is aan de rand een mini-voedselbos aangelegd voor een basisschool uit het dorp. Leerlingen komen een paar keer per jaar helpen met onderhoud en oogst.
Water speelt een belangrijke rol in het ontwerp van het terrein. Om wateroverlast te voorkomen is een wadi aangelegd voor waterberging. In de praktijk staat hier permanent water in, waardoor het inmiddels meer weg heeft van een sloot. Dat vraagt om wat aanpassingen. Zo zijn bomen niet in de wadi zelf, zoals oorspronkelijk bedoeld, maar hoger op de oevers geplant. De drie loopeenden die op het terrein wonen vinden het helemaal niet erg dat er altijd water in de wadi staat; het is een van hun favoriete plekjes geworden.
Samenwerking met de omgeving
Hoewel er in de vergunningsfase één bezwaar werd ingediend, is er veel geïnvesteerd in communicatie met de omgeving. Er zijn meerdere informatiebijeenkomsten georganiseerd en zorgen van omwonenden — bijvoorbeeld over wateroverlast en parkeren — heeft de groep kunnen wegnemen.
Die inzet heeft zijn vruchten afgeworpen. Inmiddels is er goed contact met de buurt. Sommige bewoners zijn lid geworden van de buurtvereniging en één van hen is actief in de lokale politiek. Ook worden er plannen gemaakt voor open dagen, lezingen en workshops, om niet alleen het project maar ook het tiny en duurzame gedachtegoed toegankelijk te houden voor geïnteresseerden.
Tegelijkertijd wordt er bewust omgegaan met de balans tussen openheid en privacy. Bij de ingang van het terrein staat een vriendelijk bordje met het verzoek zich te melden als het hek open is. Zo blijft het mogelijk om bezoekers te ontvangen, zonder dat dit ten koste gaat van de rust van bewoners.
Een solide basis: grond, financiering en samenwerking
De woningen staan op grond in erfpacht, met een vergunning die telkens met tien jaar wordt verlengd (10+10+10), mits het project goed functioneert. Er is geen formele evaluatie afgesproken, maar bij goed verloop kan de woonfunctie in principe oneindig worden voortgezet. Mocht de gemeente besluiten de grond te verkopen, dan krijgen de bewoners het eerste recht van koop.
Een belangrijke factor in het slagen van het project was de betrokkenheid van Triodos Bank. Al in een vroeg stadium werd meegedacht over de financieringsmogelijkheden, waardoor bewoners een hypotheek konden krijgen voor hun Tiny House. Voorwaarde daarbij was wel dat de woningen voldoen aan de BENG-eisen.
De aanleg van de infrastructuur is door de gemeente voorgeschoten en wordt verrekend in de erfpacht. Deze constructie maakte het voor de bewoners mogelijk om het project gezamenlijk te realiseren.
Het ‘Bijgebouw’ als verbindende plek
Waar aanvankelijk ruimte was voor acht of negen woningen, bood de uiteindelijke locatie plek aan elf Tiny Houses én een gemeenschappelijk gebouw. Dit ‘Bijgebouw’ — een knipoog naar de naam Op de Bees en naar de gemeentelijke voorwaarde dat er geen bijgebouwtjes bij de huisjes mogen worden geplaatst — wordt momenteel gebouwd en krijgt een belangrijke sociale en educatieve functie.
Het gebouw is grotendeels gefinancierd door de provincie, Rabobank en de Stadsregio Parkstad (een samenwerkingsverband van zeven gemeenten). Het zal niet alleen door bewoners van Op de Bees worden gebruikt, maar ook beschikbaar zijn voor de buurtvereniging en andere lokale initiatieven waarbij één of meerdere bewoners betrokken zijn. Daarmee vormt het een brug tussen de Tiny House gemeenschap en de bredere gemeenschap van Schimmert.
Tips van de bewoners van Op de Bees
- Zorg dat je een gemeente aan jouw/jullie kant hebt
Laat voorbeelden zien van plekken waar het al gelukt is om een prachtig initiatief neer te zetten. Laat ook zien dat je serieus bent en een kwaliteitsproject wilt realiseren. Gemeenten weten vaak nog weinig van de tiny filosofie en zijn soms bang voor ‘nieuwe zigeunerpraktijken’.
- Vraag je af wat belangrijker is
“Wil ik al mijn eigen wensen vervullen, of samen een duurzaam tiny collectief project realiseren?” Stel waar nodig je wensen en voorwaarden bij. Samen wonen en samenwerken — bijvoorbeeld met gemeenten — vraagt ook om de bereidheid compromissen te sluiten.
- Leg vroeg contact met de buurt
Stel je open, laat je enthousiasme zien en wees eerlijk en transparant over het project. En bak af en toe lekkere koekjes of wafels om mee langs de deuren te gaan. 😉
Foto credits: Marjolein Jonker, Smeets Houtbouw, Louis en Annemieke





Geef een reactie