Een mooie locatie vinden voor je Tiny House blijft een uitdaging. Kan je een gemeente vinden die wil meewerken met je plannen? Wil je optrekken met andere Tiny House bewoners in een gezamenlijk plan of ga je voor een eigen plek? Ga je samenwerken met een bouwer of ontwikkelaar? We hebben enkele Tiny House bouwers gevraagd naar hun ervaringen met het ontwikkelen van locaties. Er zijn mogelijkheden, maar het gaat niet vanzelf.
De eerste proeftuinen
Daniël Venneman is oprichter-architect bij Woonpioniers en een echte Tiny House pionier. Daniël is een van de eerste ontwerpers van een gerealiseerd Tiny House en ontwikkelde al in de begintijd een locatie voor een groepje Tiny Houses: ‘De eerste tiny Villages vonden vaak ruimte in tijdelijkheid. Zo ook Proeftuin Erasmusveld in Den Haag, opgeleverd in 2017 in samenwerking met BPD. De proeftuin bood ruimte aan 5 Tiny Houses en experimenteerde met off-grid technieken, stadslandbouw en leven met een minimale ecologische voetafdruk. Aangezien tiny in die tijd nog echt pionieren was, kwamen partijen met potentiële locaties op ons af. Daar zaten ook (bestemmingsplantechnisch) “onmogelijke” plekken tussen. Maar soms klikte er dan iets.’
Foto’s boven: Proeftuin Erasmusveld, door Woonpioniers en Marcel van den Bergh
Een doordachte stedenbouwkundige opzet
De fase daarna zag er echt anders uit. ‘We zagen Tiny House projecten ontstaan, die echt als nieuwe smaak werden toegevoegd aan stads- of dorps uitbreidingsprojecten. Dit was de volgende stap in de evolutie: gemeenten en stedenbouwers die “tiny” omarmden en een plek gaven. Vaak al ingekaderd in een doordachte stedenbouwkundige opzet. We hebben huisjes ontworpen voor tiny projecten die door gemeenten zijn opgezet, zoals in Techum en Texel. Samen met woningbouwcorporatie Rentree in Deventer hebben we een tiny project in de sociale huursector gerealiseerd. En natuurlijk de tiny kaswoningen voor Marjolein Jonker en enkele van haar buren in Olst.’
Foto boven: Tuinen van Zandweerd, Deventer, door Woonpioiers
‘Ook in die tijd kwamen we geregeld in aanraking met Tiny House initiatieven die van onderop door mensen zelf waren geïnitieerd. Soms ook met succes bij een gemeente. Het resultaat was dan vaak een veld, waarvan de gemeente zei: “Ga je gang, onder deze en deze voorwaarde, maar organiseer het verder zelf. Wij toetsen wel.” Meermaals hebben we gezien dat dit soort projecten ruimtelijk of sociaal uit elkaar vielen. Bijvoorbeeld omdat het gezamenlijk inkopen van expertise of van huisjes moeilijk bleek, omdat mensen er vaak met sterk verschillende budget ideeën in zaten. Het ontbrak ook vaak aan het overzicht van wat er echt bij komt kijken om zo’n mini wijkje mooi tot wasdom te laten komen. Bij deze aanpak zagen we soms gebiedjes ontstaan die meer lijken op een camping dan op een fijn groen wijkje, waar mensen wonen, die bewust hun ecologische of financiële footprint willen verkleinen.’
Foto boven: Olstergaard, Olst, door Jonah Samyn
Introductie van landschappelijke kaders
‘In de huidige markt ervaar ik dat de ontwikkeling van locaties vaak bemoeilijkt wordt door een gebrek aan richting in de beginfase. Een fundamenteel verbeterpunt is de introductie van landschappelijke kaders vooraf. Dit schept de nodige duidelijkheid voor zowel de ontwikkelaar als de omgeving en zorgt dat de groene laag van een plan geborgd is.
Om dit proces vervolgens succesvol te doorlopen, geloof ik sterk in het belang van professionele begeleiding op maat. Het combineren van een heldere visie aan de start met de juiste expertise tijdens de uitvoering is cruciaal om kleinschalige of complexe woningbouwprojecten écht van de grond te krijgen.
We hebben er altijd zo ingestaan: Wij kunnen de gaten vullen, waarvoor mensen zelf geen expertise hebben. Echter, dan moet de wil en de ruimte daartoe binnen een groep er wel zijn.’
Foto boven: Tuinen van Zandweerd, Deventer, door Urhahn Urban Design
Samenwerken met gemeenten en initiatiefgroepen
‘Het succes van de samenwerking met gemeenten hangt erg van de persoon af. Wat ik in het begin wel merkte is dat veel gemeentelijke mensen het vooral heel spannend vonden. En soms ook zeer terecht overigens. En dat ze een pro aan tafel dan wel fijn vinden. Mijn idee is: goed als gemeenten een actieve rol pakken en sterke kwalitatieve eisen stellen. En zelf mogelijk professionals inschakelen die er bijvoorbeeld voor zorgen dat de landschappelijke inkadering van de tiny kavels echt sterk is. En dat er een collectieve laag wordt toegevoegd waar dat kan.
Ik vind het krachtig als mensen zelf naar gemeenten stappen voor mogelijkheden om gezonde passende woonoplossingen te creëren. Inmiddels vraag ik me steeds vaker af of “tiny” dan wel altijd het goede startpunt is. Tiny is wat mij betreft nooit een doel op zich geweest. Meer een middel, om persoonlijk, betaalbaar en ecologisch wonen mogelijk te maken, door te downsizen.
Zelf geloof ik inmiddels meer in “collectief” als startpunt. Waarbij “tiny” éen van de woningopties is. Dit ook omdat het woord tiny nu zo gekaapt is door allerlei commerciële partijen: grappige recreatiehuisjes, of snelle tijdelijke woningen die onder de naam tiny worden gepromoot. Partijen die er betekenissen op plakken die niets te maken hebben met de (wat mij betreft) oorspronkelijke intentie.
Daarnaast denk ik dat sommige tiny initiatieven te veel vanuit het individualisme van de deelnemers redeneren en dat sommige deelnemers er net te individualistisch in zitten. Ik kan het wel begrijpen – soms gaan er jaren aan vooraf van onderzoek en bedenken wat je zelf wilt. Ik denk echter dat het belangrijk is om zodra de kans komt, je te beseffen dat je het samen moet doen. Mijn ervaring is dat met die mindset de mooiste, fijnste plekken tot stand komen, waarin nog steeds heel veel ruimte is voor jouw bijzondere (tiny) insteek.’
Foto boven: Buurtskap de Tuunen, Texel, door Woonpioniers
De toekomst
Daniël ziet dat er in Nederland in het algemeen meer ruimte komt voor collectieve woonvormen. ‘Dat zie je in allerlei beleidsstukken terugkomen. Daarnaast is er ook echt een groeiende brede behoefte aan. Dus ja, dat is een brede beweging die gaande is.
Wel is het zo dat de behoefte die daar ook bij bestuurders achter zit, is: “passende kwaliteit”. Oftewel geen “veldjes” met prefab huisjes Maar zielvolle projecten waarbij de aspirant-bewoners zelf echt achter de knoppen zitten. Goed begeleid door professionals waar nodig. Zelfredzaam waar het kan.
Als je gebruik maakt van ons nieuwe initiatief URBUILD kan je zelf met een high-tec digitale tool jouw bio houtskeletbouw huis ontwerpen passend bij jouw wensen en het landschap, zonder de hoofdprijs voor maatwerk te betalen. Heb je professionele expertise nodig, dan organiseren we die. Je maakt zo een ideale woning als eerste bouwsteen voor een collectief bouwproject.’


Geef een reactie